Door Jacqueline Rutjens, plv. Directeur van de Directie Burgerschap en Informatiebeleid van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Westerse samenlevingen zijn zich aan het ontwikkelen tot open samenlevingen die responsief en transparant zijn. Veel burgers gaan daarbij hun eigen weg. Van de overheid verwachten ze dat deze hen behoedt voor valkuilen in de open samenleving. Voorheen werd de beleidsagenda gedomineerd door privacy, daarna kwamen dienstverlening en regeldruk in de schijnwerpers te staan. Tegenwoordig staat het thema veiligheid centraal.
In het rapport iOverheid (2011) constateert de WRR dat de e-overheid heeft plaatsgemaakt voor een i-overheid die volop draait op nieuwe informatiestromen die door ICT zijn mogelijk gemaakt. Dat heeft ook gevolgen voor de maatschappij. Als gevolg van de vele koppelingen van bestanden tussen overheidsorganisaties, weet de burger vaak niet meer wie waar verantwoordelijk voor is. De logica van deze complexe informatiesystemen kent een eigen dynamiek, waardoor fouten vaak moeilijk te herstellen zijn.
De iOverheid is als innovatie vergelijkbaar met de uitvinding van de boekdrukkunst. Deze ontwikkeling is lastig te managen. De overheid zal haar blik ook moeten richten op de informatiesamenleving, vanuit het besef dat de overheid geen volledige regie meer heeft op processen. Tegen die achtergrond moet de agenda burgerschap die momenteel in ontwikkeling is worden geplaatst. Steeds vaker is zichtbaar dat de overheid een terugtrekkende beweging maakt en burgerinitiatieven faciliteert, terwijl burgers steeds meer verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen leefomgeving. In dat kader kan gesproken worden van een gezamenlijke burgerschapsagenda, waarbij de burger de overheid betrekt.
Een noodzakelijk onderdeel van de burgerschapsagenda is dat de overheid ruimte maakt voor burgers. Met het oog daarop zal de agenda voorzien in een bepaling die het mogelijk maakt om ‘bureaucratische’ regels tijdelijk buiten werking te stellen, mits burgers en bedrijven een beter idee hebben om zaken aan te pakken (‘ontregelruimte’). Denemarken kent een soortgelijke bepaling. Daarnaast moeten burgers bewust worden gemaakt van de risico’s van de digitale wereld, zoals identiteitsfraude. Burgers hebben zeer veel administratieve identiteiten. De gedachte achter het programma identiteitsmanagement is om hun administratieve identiteiten te begrenzen, bijvoorbeeld door de kwaliteit van registraties en de uitwisseling van gegevens tussen overheden te verbeteren. Het ministerie van BZK hecht veel belang aan open data, omdat open data kunnen leiden tot een efficiëntere overheid, meer participatie en transparantie en een bijdrage kan leveren aan de economie.
Presentatie: "Bevlogen Beambten: bedienen van burgers"
Na de presentatie vond een discussie met de deelnemers in de zaal plaats. Daarbij is naar voren gebracht dat niet alle burgers in staat zijn om hun wensen en behoeften te articuleren en dus volwaardig te participeren (om die reden wil de overheid voorbij de ‘diplomademocratie’). Ook is vaak niet zichtbaar wat de overheid concreet doet met uitkomsten van burgerinitiatieven. Daarnaast is naar voren gebracht dat burgers niet alleen de overheid, maar ook vaak elkaar niet vertrouwen. Verder kunnen de motieven van de overheid (verwerven van draagvlak) en die van burgers (behartigen van eigen belangen) uiteenlopen. De relatie met de politiek mag men eveneens niet uit het oog verliezen.