Gebleken is dat door de vervlechting van de wereld zoals we die kennen met de wereld van het internet nieuwe en veelbelovende mogelijkheden ontstaan om processen, functies, en kennis aan elkaar te koppelen. Dit betekent dat normale gebruiksvoorwerpen anders kunnen worden gebruikt en organisaties op een andere manier kunnen worden ingericht. In het kader van ons kennisontwikkelingsprogramma zullen samen met een aantal overheidsorganisaties verkenningen worden uitgevoerd naar bijvoorbeeld een slimme energiemeter, een dynamisch planproces, een modern toezicht en andere vormen van bedrijfsvoering. Tegen deze achtergrond kan ook worden nagedacht over de ontwikkeling van een intelligente overheid waarbij niet langer de omvang van de overheid centraal staat, maar de vraag op welke wijze de overheid burgers en bedrijven effectief kan ondersteunen. Dit is niet eenvoudig omdat een intelligente overheid natuurlijk alleen kan functioneren als ook de medewerkers bij de overheid hier invulling aan kunnen geven en ambtenaren beschikken over de juiste competenties (“ambtenaar 2.0”) en faciliteiten (“een rijkswerkplek”).
Rond deze thema's is gediscussieerd over de vraag of een intelligente overheid wenselijk is, en zo ja, welke vormen van intelligentie nodig zijn, hoe intelligent een overheid zou moeten zijn en op welke gebieden.
Ongeveer 15 jaar geleden deed het internet bij de overheid zijn intrede. Inmiddels is het nauwelijks nog weg te denken bij de dagelijkse werkzaamheden. Daarbij biedt het oplossingen om dienstverlening te verbeteren, toezicht te verscherpen en handhaving beter in te richten. Het gebruik van internet is echter ook aanleiding voor nieuwe vragen ten aanzien van bijvoorbeeld de relatie tussen burger en overheid. Het Center for Public Innovation (CPI) heeft bij de oprichting de ambitie uitgesproken om meer inzicht te ontwikkelen in deze dubbele betekenis van het internet.
Tijdens het eerste jaarcongres van het CPI in 2004 is deze dubbele betekenis van het internet aan de orde gesteld. Daarbij bleek dat deze zienswijze werd herkend. Uitgesproken werd dat in de komende jaren kans moet worden gezien om bestuurlijke vernieuwing en technologische innovatie meer hand in hand op te gaan pakken. Op deze wijze zou het mogelijk moeten zijn om een dubbele innovatieslag te slaan.
In 2005 hebben we vervolgens stil gestaan bij deze dubbele relatie bezien vanuit de optiek van het bestuur. Gesproken is over een ‘ontzaglijk bestuur’ dat zowel ontzag inboezemt als weerzin kan opwekken. Daarbij werd de conclusie getrokken dat het bestuur het haast nooit goed doet. Stijlelementen uit de romantiek zouden daarbij het dagelijkse werk van een gemiddelde bestuurder enigszins draagbaar kunnen maken
Het jaar daarop is nogmaals naar die dubbele relatie gekeken, maar dan vanuit het perspectief van de burger. Daarbij werd de vraag gesteld of de burger wel (altijd) wil kiezen of juist wil leunen op een goed werkende overheid. Het werd duidelijk dat hier niet een eenduidig antwoord op te geven is. Wel was duidelijk dat voor belangrijke vragen de burger behoefte heeft aan een overheid die duidelijke richtlijnen stelt en uitspraken doet.
Op het vierde jaarcongres in 2007 hebben we het kennisontwikkelingsprogramma “Second Society, over vernieuwing in de staat, de stad en de straat” gepresenteerd. In dit programma is een kader opgenomen voor het oplossen van talloze vragen die moeten worden beantwoord om deze dubbele betekenis beter te kunnen begrijpen. Daarbij is duidelijk gesteld dat we deze vragen samen met publieke organisaties willen stellen en beantwoorden. In het afgelopen jaar is duidelijk geworden dat met in ieder geval zes overheidsorganisaties in de komende jaren verder zal worden gewerkt. Daarbij is de aandacht gericht op vraagstukken op het gebied van handhaving, beleidsontwikkeling en bedrijfsvoering. Deze vragen zijn aan de orde mede als gevolg van het succesvol verbeteren van de dienstverlening. Deze vragen zijn ook breed binnen de overheid aan de orde en zichtbaar in projecten gericht op de overheid van de toekomst, de ambtenaar 2.0 en de Rijkswerkplek.
Tijdens dit eerste lustrum congres staan we stil bij de toekomstige overheid en leggen we de vraag voor of een toekomstige overheid niet vooral een intelligente overheid moet zijn. Dus niet altijd slank en fit, maar mogelijk een beetje traag en iets te fors. In eerste instantie lijkt dit een aantrekkelijk perspectief. Een overheid die op basis van een goede informatiepositie de juiste diensten levert, in staat is om goed te handhaven en een efficiënte bedrijfsvoering voert.
Maar is intelligentie op elk beleidsterrein wel nodig? Is het bieden van ruimte voor individuele ontplooiing niet belangrijker? Heeft de overheid niet de behoefte aan andere vormen van intelligentie? Moet een overheid vooral in staat zijn om burgers te begrijpen en dus in eerste instantie sociaal intelligent zijn? Kan een overheid intelligent zijn of is een overheid alleen intelligent als een overheid beschikt over intelligente medewerkers? Deze vragen staan dit jaar centraal.
Gerelateerde publicatie(s):
Via onderstaande link kunt u het verslag van deze bijeenkomst inzien of downloaden
Bekijk jaarcongres de intelligente overheid.pdf