Dit onderzoek is uitgevoerd als onderdeel van het onderzoeksprogramma Second Society van het Center for Public Innovation waarin de Directie Kennis van het ministerie van Onderwijs,Cultuur en Wetenschap participeert.

Bij het openbaar maken van overheidsinformatie kan een onderscheid worden gemaakt tussenactieve en passieve openbaarheid. Bij actieve openbaarheid ligt het initiatief bij overheidsorganisaties zelf. Deze vorm van openbaarheid is proactief van aard. Bij passieve openbaarheid ligt het initiatief bij de informatievrager (journalisten, burgers, onderzoekers etc.).Deze vorm van openbaarheid volgt vaak uit een beroep op de WOB en heeft een reactief karakter.De focus van dit onderzoek is gericht op actieve openbaarheid van overheidsinformatie op hetonderwijsdomein.

De onderzoeksvraag van dit onderzoek luidde: Wat zijn de beoogde effecten van het actief openbaar maken van gegevens in het onderwijsdomein?

In het licht van deze vraag is eerst op basis van wetenschappelijke literatuur een referentiekader opgesteld waarin verschillende relevante theoretische perspectieven zijn geplaatst. Dit kader is vervolgens gehanteerd bij het beschrijven en analyseren van de empirie, waarbij drie cases centraal hebben gestaan, namelijk de benchmark in het MBO, het dataportaal van DUO en de internetlijst van zwakke scholen van de Inspectie. Daarnaast zijn op basis van de ‘confrontatie’ tussen theorie en praktijk verschillende concrete aanbevelingen gedaan.

Gerelateerde publicatie(s):

Actieve openbaarheid van informatie in het onderwijsdomein (eindrapportage)

Via onderstaande link kunt u de eindrapportage inzien of downloaden
Bekijk eindrapportage openbaarheid 2011.pdf

Actieve openbaarheid van informatie in het onderwijsdomein

Publicatie
2011
Status
Afgerond

Medewerkers