De rijksoverheid, provincies en gemeenten zetten honderden monitoren in om systematisch en periodiek de voortgang van het beleid te kunnen volgen. Monitoring wordt doorgaans eenzijdig benaderd als een rationeel instrument, waarbij ‘meten is weten’ centraal staat. Een ‘thermometer’ benadering doet echter onvoldoende recht aan het veelzijdige karakter van monitoring in het openbaar bestuur en de complexiteit van het beleidsproces waarin het instrument is ingebed.
In het proefschrift ‘Monitoring in beeld’ is de doorwerking van monitoring in interbestuurlijke relaties onderzocht aan de hand van drie verschillende cases, namelijk monitoring van het Grotestedenbeleid (GSB) door middel van het Jaarboek GSB, het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) en monitoring van het waterbeleid aan de hand van Water in Beeld (WIB). Uit het onderzoek blijkt dat een monitor niet uitsluitend een bron van feiten is (rationele benadering), maar eveneens een potentiële bron van macht (politieke benadering) en bron van zingeving kan zijn (culturele benadering). Deze drie perspectieven sluiten elkaar overigens niet uit. Een belangrijke conclusie uit het onderzoek is dat monitors lang niet altijd en ook niet uitsluitend worden gebruikt om het beleid bij te sturen. Zo kunnen monitors ook worden aangewend om eigen belangen te behartigen of om een gedeelde visie op de beleidspraktijk tot stand te brengen. Naast inzicht in de doorwerking van monitoring in interbestuurlijke verhoudingen verschaft deze studie ook gegevens over de aard en omvang van monitoring in het openbaar bestuur.
Contact: Dr. Dennis de Kool
Lees of download het gehele proefschrift hier